Bij een algehele anesthesie word je volledig verdoofd (in een kunstmatige
slaap gebracht). Doordat je tijdelijk buiten bewustzijn bent, merk je niets
van de operatie en zul je je ook na die tijd niets van de operatie kunnen
herinneren. Vaak wordt je al voor de narcose aangesloten op de bewakingsapparatuur
en krijg je een infuusnaald in je hand en/of arm. De medicijnen worden in
de meeste gevallen via een infuus toegediend. In sommige gevallen wordt de
medicatie via een kapje met zuurstof over uw neus en mond gegeven. De medicijnen
kunnen een branderig gevoel veroorzaken. De ene anesthesioloog zal je vragen
om terug te tellen vanaf 100, wat je overigens niet zal halen, de ander zal
je vragen aan iets leuks te denken voor het in slaap vallen. Wanneer je onder
narcose bent wordt er vaak een buisje in de keel ingebracht om zuurstof en
narcosegassen/dampen toe te dienen.
Nadat je bent bijgekomen uit de narcose
kun je je nog wat slaperig voelen en af en toe wegdommelen. Door de narcose
of als gevolg van de operatie kun je misselijk zijn en moet je misschien overgeven.
Je kunt een scherp of kriebelig gevoel achter in de keel hebben. Dit kan het
geval zijn als er tijdens de operatie een buisje in de keel heeft gezeten. Deze
irritatie verdwijnt vanzelf binnen enkele dagen.
Sommige mensen zijn bang dat ze tijdens een narcose te vroeg wakker worden
of helemaal niet meer wakker worden. In tegenstelling tot wat mensen vaak
denken, wordt er geen bepaalde hoeveelheid slaapmiddel gegeven en vervolgens
gewacht tot de patiënt wakker wordt.
Na toediening van een inslaapmiddel worden er voortdurend slaapmiddelen en
pijnstillers toegediend, die snel uitgewerkt zijn als de toediening wordt
gestopt. De anesthesist houdt voortdurend de lichaamsfuncties in de gaten,
zodat de slaapdiepte en pijnstilling gecontroleerd worden. Op deze manier
bepaalt de anesthesist op enkele minuten nauwkeurig het moment waarop de patiënt
wakker wordt.
Zie voor meer informatie over anesthesie, anesthesist, mogelijk complicaties
en tips: anesthesie.