Bij regionale anesthesie maakt de anesthesioloog alleen dát gedeelte
van het lichaam waaraan je geopereerd wordt gevoelloos voor pijnprikkels.
Daardoor kun je dat lichaamsdeel ook niet bewegen zolang het medicijn werkt.
Er zijn meer vormen van regionale anesthesie dan alleen de ruggenprik, omdat
voor heupoperaties een ruggenprik van toepassing is, schrijven we alleen daarover.
voor de operatie
Voor de ruggenprik wordt je aangesloten
op de bewakingsapparatuur en krijg je een infuusnaald in je hand en/of arm.
De anesthesioloog vraagt je te gaan zitten op de rand van het bed of om op een
zij te gaan liggen Probeer zo ontspannen mogelijk goed je rug te krommen. De
huid waar de prik gegeven wordt, wordt eerst ontsmet, dat kan wat koud aanvoelen.
Daarna krijg je prik om de huid te verdoven, die kan wat branderig aanvoelen.
Als de huid verdoofd is, wordt een andere naald ingebracht en zoekt men de juiste
plek op om de verdovende stof in te spuiten. Dit kan een wat drukkend gevoel
geven, maar een ruggenprik is normaal gesproken niet pijnlijker dan een gewone
injectie. Als de verdoving is ingespoten merk je eerst dat jouw benen warm worden
en gaan tintelen. Later worden ze gevoelloos en slap, net de rest van het onderlichaam.
Soms is na de operatie langdurig pijnstilling nodig, De anesthesioloog kan dan,
via de naald waarmee hij de verdovende vloeistof toedient een klein, dun slangetje
(katheter) in de rug achterlaten. Hier voel je niets van omdat de huid al verdoofd
is.
de operatie
Bij een ruggenprik blijf je in principe
dus wakker. Je ziet niets van de operatie; alles wordt afgedekt met doeken.
Je kunt echter wel alles horen. Meestal is het mogelijk om tijdens de ingreep
naar muziek luisteren, je kunt je eigen walk- of discman en muziek meenemen.
Als je er tegenop ziet om de operatie mee te maken, dan is er de mogelijkheid
om een kortwerkend slaapmiddel te krijgen waardoor je weinig tot niets merkt
van wat er gebeurt. Je kunt dit ook tijdens de ingreep alsnog aan de anesthesioloog
vragen.
bijwerkingen
Als bijwerking van een ruggenprik kan soms een lage bloeddruk optreden. De
anesthesioloog is hierop bedacht en zal daartegen maatregelen nemen.
Het plassen kan, totdat de verdoving helemaal is uitgewerkt, soms moeilijker
gaan dan normaal (plas daarom goed uit voor de operatie!). Het kan nodig zijn
de blaas met een slangetje leeg te maken na de operatie (katheterisatie).
Soms kunnen er na de operatie hoofdpijnklachten optreden. Deze hoofdpijnklachten
treden meestal op als je gaat staan en verdwijnen weer bij het gaan liggen.
De klachten herstellen meestal vanzelf binnen enkele dagen.
Misselijkheid komt veel minder vaak voor dan bij een algehele anesthesie en
wordt vaak veroorzaakt door pijnstillers en niet door de ruggenprik, maar
is niet helemaal uit te sluiten.
Door sommige mensen wordt het tintelende gevoel in de benen na de operatie
als vervelend ervaren. Het is een ‘vreemd’ gevoel om ‘geen
gevoel’ in je benen en onderlijf te hebben. Dit gevoel komt na de operatie
langzaam terug en kan lichte prikkels opleveren in je benen.
Zie voor meer informatie over anesthesie, anesthesist, mogelijk complicaties
en tips: anesthesie.
bron: patiëntenfolders en
ervaringen van lotgenoten