Het komt bij vrouwen vaker door dan bij mannen.
Bij ongeveer 20% van de oudere familieleden wordt een vergelijkbaar letsel gevonden.
Ongeveer 60% van de kinderen met een congenitale heupdysplasie (CHD) zijn eerstgeborenen.
omgevingsfactor
De aandoening wordt wereldwijd verspreid gevonden, in bepaalde regio’s
komt het echter vaker voor. Dit heeft te maken met lokale factoren zoals het
inbakeren van de baby in doeken, met gestrekte beentjes en heupen.
Het komt ook vaker voor bij kinderen die via een keizersnede of in stuitlig
(in 30 tot 50% van de gevallen) worden geboren. Bij stuitligging is er een
abnormale positie van de baby in de baarmoeder, tijdens de zwangerschap en
tijdens de geboorte. Een van de heupen of beide heupen kunnen aangetast worden.
aandoeningen van het spier-/zenuwstelsel
Ook aandoeningen van het spier-/zenuwstelstel, zoals bij uitgebreide verlammingen,
kunnen de oorzaak zijn van een (sub)luxatie van de heup, dit op basis van
een ernstig verschil in evenwicht tussen de verschillende spiergroepen rond
de heup.