De actuele definitie van congenitale heup dysplasie:
een abnormale ontwikkeling van het heupgewricht met instabiliteit als gevolg
en eventueel een luxatie van de heupkop uit de heupkom. Deze aandoening wordt
ook ontwikkelingsdysplasie van de heup genoemd of developmental hip dysplasia.
De heupkop zal, in normale omstandigheden tijdens de zwangerschap, mooi gecentreerd
in de heupkom zitten. Deze heupkom (acetabulum), zal de heupkop mooi bedekken.
Indien congenitale heupdysplasie optreedt, zien we afwijkingen van het normale
ontwikkelingspatroon ontstaan; de heupkom geeft onvoldoende bedekking van
de heupkop en laat toe dat de heupkop naar boven toe wegglijdt uit de heupkom.
Deze ontwikkeling wordt duidelijker naarmate het kind verder evolueert en
groeit en dus ook begint te steunen op de aangetaste heup. Tenzij de aandoening
bij de geboorte gediagnosticeerd en adequaat behandeld wordt, worden de krachten
op het gewricht niet op een normale manier opgevangen en kan er secundair
een vervorming van de heupkop en heupkom optreden met permanente beschadiging
van het gewricht tot gevolg. Hierdoor treedt pijn op bij het stappen, die
toeneemt met de leeftijd, en zien we vaak een mankend stappatroon.
Zelfs nu is het nog steeds zo dat 70% van de heupdysplasiepatiënten,
met een mildere aantasting, zich van geen kwaad bewust zijn, tot ze op latere
leeftijd bij het volwassen worden, plots geconfronteerd worden met een pijnlijke
heup.
 |
rode pijl = heupkop
gele pijl = heupkom
|
 |
afbeelding 1: een subluxatie
van de heup
de kop zit nog deels in de kom,
maar niet mooi gecentreerd |
|
afbeelding 2: een volledige luxatie
van de heupkop uit de kom |
indelingen
Er is een brede variatie waarop het probleem van de heupdysplasie zich kan presenteren,
een indeling kan gemaakt worden op basis van de graad van instabiliteit of op
basis van het gedeelte van de heup, dat dysplastisch is, afbeelding 1. De graad
van instabiliteit betekent hoeveel zit de heupkop uit de kom of hoe gemakkelijk
kan hij uit de kom verplaatst worden.
> de heupluxatie
Hierbij bevindt de heupkop zich volledig buiten de heupkom. Heel vaak is hierbij
een verband met een grote rekbaarheid, elasticiteit (laxatie) van de gewrichtsbanden
op andere plaatsen in het lichaam. De heupkop heeft in normale omstandigheden
een modulerend effect op de kom in het bekken: nu de kop zich buiten de kom
bevindt valt deze positieve invloed weg en de kom wordt een schrale, ondiepe
constructie.
> de luxabele heup
De bol van het heupgewricht luxeert zeer gemakkelijk uit de kom van het bekken,
afbeelding 2.
> de subluxerende heup
Er is een contact tussen het kraakbeen van de heupkop en dat van de heupkom,
de bol van het heupgewricht bevindt zich echter niet op de juiste manier in
het bekken. De heupkop gaat dus niet helemaal uit de kom zoals op afbeelding
2.
indeling naar gelang het gedeelte van het heupgewricht dat aangetast is
Er kan eveneens een indeling plaatsvinden naar de mate waarin het gedeelte van
het heupgewricht aangetast is.
> acetabulaire dysplasie
De meest voorkomende vorm is de acetabulaire dysplasie, hierbij is de kom
van het bekken aangetast. Indien er nog geen uitgesproken slijtage opgetreden
is en het gewricht zelf nog soepel is, is een periacetabulaire (rond de heupkom)
osteotomie een goede optie bijvoorbeeld een triple- of ganz-osteotomie).
> femorale dyplasie
Indien de kop van de heup dysplastisch is, spreken we van een femorale dysplasie.
Deze vorm kan op zichzelf staand voorkomen of in combinatie met een acetabulaire
dysplasie. Wanneer er uitsluitend sprake is van een femorale dysplasie bestaat
de behandeling uit een artroscopie om het kraakbeen in het gewricht te beoordelen
en een corrigerende osteotomie.
> de dysplastische heup
De combinatie van een dysplastische heupkom in een dysplastische heupkop kan
soms behandeld worden met alleen een bekkenosteotomie, soms dient ook een
femorale osteotomie uitgevoerd te worden.
het natuurlijk verloop van heupdysplasie
Vaak gebeurt het dat de problemen die in verband gebracht worden met een dysplastische
heup pas optreden op de leeftijd van 30 jaar of zelfs ouder. De leeftijd en
het stadium waarin de heup zich op dat moment bevindt, is niet alleen van belang
voor de behandeling maar ook voor de prognose op lange termijn. Een onbehandelde
heupdysplasie ontwikkelt zich langzaam maar zeker naar een volledige vernietiging
van het gewricht. De krachten die inwerken op het heupgewricht zijn zeer groot,
door het feit dat we met het niet passen van de vorm van de heupkop in de vorm
van de heupkom te maken hebben gaan deze krachten zorgen voor een abnormaal
snelle slijtage van het gewricht.

Vaak
worden de klachten als dusdanig niet herkend: de pijn treedt op in de lies-
en de bilstreek en wordt vaak jarenlang behandeld met fysiotherapie en ontstekingsremmende
medicatie. Later gaat de pijn ook uitstralen naar de buitenzijde van dij- en
bovenbeen, dat geeft soms aanleiding tot het geven van injecties in de bil-
of dijregio om de pijn te bestrijden. Heel vaak wordt de vraag gesteld: waarom
begint mijn heup nu pas pijn te doen als dit een aangeboren afwijking is? Dit
komt doordat het kraakbeen eigenlijk relatief taai is en in staat is om een
bepaalde periode in 'vijandelijke omstandigheden', te overleven en te functioneren.
Op een bepaald ogenblik echter begeeft het, net als de druppel water die de
emmer doet overlopen. Wanneer de oppervlakkige laag het eenmaal begeeft en er
diepere letsels ontstaan is het proces onomkeerbaar.
Wanneer dit stadium bereikt is lijkt een ingreep onvermijdbaar; een keuze
moet dan gemaakt worden tussen de verschillende behandelingsopties met een
zorgvuldig afwegen van de voor en nadelen van de verschillende opties.
de behandeling van heupdysplasie
Het spreekt vanzelf dat het eerste alternatief van een
operatie, géén operatie is. Hiermee wordt bedoeld dat een niet
echt pijnlijke heup met een beperkte dysplasie niet direct geopereerd hoeft
te worden. Indien de pijn, eventueel met wat medicatie, best onder controle
te houden is en de functie van de heup nog voldoende is om je op een redelijke
manier te laten functioneren, is afwachten en het natuurlijke verloop controleren
zeker een geldig alternatief! Soms is het handig om in de acute pijnfase een
tijdje met krukken te lopen, dit ontlast de heup.
Wanneer een operatie noodzakelijk is zijn er diverse mogelijkheden. De biologische
behandelingen omvatten de groep ingrepen die het gewricht bewaren, ingrepen
die dus gebruik maken van het eigen biologische materiaal van de patiënt
om een correctie uit te voeren. Ze bieden een groot voordeel ten opzichte
van de ingrepen met implantaten (prothesen): ze zijn beter bestand tegen de
krachten die dagelijks inwerken op het heupgewricht. Van heupprotheses weten
we immers dat ze, hoe correct ook geplaatst, ooit zullen loskomen! Vooral
bij jonge en zeer actieve patiënten kan dit dus een belangrijk voordeel
opleveren.
biologische behandelingen
> heupartroscopie
> artrodese
> creëren van pseudarthrose (girdlestone operatie)
> ganz- of triple-osteotomoie
> femur osteotomie
protheses
> totale heupprothese (gecementeerd, ongecementeerd of hybride)
> totale heupprothese dysplatische heup
> resurfacing prothese