De stand van de heupkop ten opzichte van de heupkom
is niet goed, waardoor de kop niet mooi in het midden van de heupkom staat
(heupdysplasie). Een femur-osteotomie corrigeert deze standsafwijking. De
heupkop wordt hierbij losgemaakt op de overgang naar het bovenbeen en in een
betere stand vastgezet met behulp van een plaatje en schroeven. De bedoeling
van deze ingreep is om de natuurlijke verhoudingen in het heupgewricht zo
goed mogelijk te herstellen, waardoor de spanning op het kraakbeen van het
heupgewricht zal afnemen en de pijnklachten zullen verminderen of zelfs helemaal
zullen verdwijnen.
voorbereiding
In de meeste ziekenhuizen vindt voor de operatie een preoperatief
onderzoek plaats. De operatie vindt plaats onder algehele narcose of een ruggenprik,
zie
anesthesie. Een ruggenprik
kan worden gecombineerd met een licht slaapmiddel, waardoor je van de operatie
zelf niets merkt. Met de anestheist bespreek je welke soort verdoving wordt
toegepast (tijdens het pre-operatief onderzoek). Meestal wordt je op de dag
van de operatie opgenomen in het ziekenhuis, maar dit kan ook een dag van
tevoren zijn. Op de verpleegafdeling krijg je een gesprek met een verpleegkundige
die jou informeert over de gang van zaken.
de operatie
Nadat de verdoving is ingewerkt, maakt de chirurg
een snee aan de zijkant van het heupgewricht. De overgang van de heupkop naar
het bovenbeen wordt vrijgelegd en doorgezaagd. De heupkop kan nu in de gewenste
positie gedraaid worden. Vervolgens zet de chirurg de heupkop weer vast met
een plaatje en schroeven. Vervolgens wordt er een slangetje (drain) in de
wond geplaatst om het overtollige bloed af te voeren en de wond wordt gehecht.
De operatie duurt ongeveer een uur.

Na de operatie verblijf je een poosje op de uitslaapkamer, waarna je weer
teruggaat naar de verpleegafdeling. De verpleegkundige komt regelmatig het
verband en de wond controleren. Om de pijn te onderdrukken krijgt je pijnstillers.
Na de operatie moet je bloedverdunners gebruiken tegen trombose (de vorming
van stolsels in de bloedvaten). De bloedverdunners worden door een injectie
toegedient. De verpleegkundige zal jouw leren hoe je dat zelf kan doen, want
je moet deze tot 6 weken na de operatie toedienen.
na de operatie
de eerste dag na de operatie
De drain en het infuus worden door de verpleging verwijderd.
Je blijft deze dag in bed. Ook komt de fysiotherapeut langs om een aantal
oefeningen door te nemen en instructies te geven.
de tweede dag na de operatie
Je mag, als de pijnklachten het toelaten, onder begeleiding van
de fysiotherapeut op de bedrand of in de stoel zitten. Als het kan start
je met lopen m.b.v. krukken, waarbij je het geopereerde been niet meer dan
5 tot 10 kg mag belasten.
de derde tot de zesde dag na de operatie
Onder begeleiding van de fysiotherapeut wordt de looptraining
gestart of verder uitgebreid. Afhankelijk van de pijn wordt het aantal pijnstillers
afgebouwd. Voor ontslag leer je hoe je met krukken een trap op en af kunt
lopen en bespreekt de fysiotherapeut wat je de 8 weken na de operatie wel
en niet mag doen.
het ontslag
Normaal gesproken mag je 6 dagen na de operatie ’s avonds naar huis.
Voor het ontslag wordt er een controlefoto gemaakt. Voor je naar huis gaat
krijg je een ontslaggesprek met een verpleegkundige, waarin het een en ander
nog een keer besproken wordt.
de eerste dagen thuis
Waar je in het begin thuis goed aan moeten denken is om de krukken te gebruiken
en het geopereerde been niet meer dan 5 tot 10 kg. te belasten.
de wondverzorging
Als er oplosbare hechtingen gebruikt zijn hoeven die niet
verwijderd te worden, de huisarts mag na 14 dagen de knoopjes aan weerszijden
van de wond afknippen. Wanneer de hechtingen niet oplosbaar zijn, worden die
14 dagen na de operatie verwijderd door de huisarts of in het ziekenhuis.
Als de wond mooi droog is, dan is een pleister niet meer nodig. Je mag ook
gewoon douchen, soms wordt de wond daarbij wat rood en dik, dat is een normale
reactie en verdwijnt vanzelf. Soms kan nog wat wondvocht uit de wond komen
en moet de wond afgedekt blijven met een pleister. Ook dan mag je douchen,
maar moet de wond na het douchen weer worden afgedekt met een pleister. In
het ziekenhuis krijg je informatie over de verzorging van de wond en wanneer
dat nodig is krijg je een recept mee voor verbandmateriaal.
controles
Ongeveer 8 weken en 3 tot 4 maanden na de operatie ga
je voor controle naar het ziekenhuis. Voor het bezoek aan de arts wordt er
een controle röntgenfoto gemaakt. Aan de hand van o.a. de röntgenfoto
wordt het vervolgbeleid afgesproken. Meestal mag je 8 weken na de operatie
het geopereerde been weer volledig gaan belasten.
adviezen tot eerste controle
> vermijd extreme/abrupte bewegingen met het geopereerde been (bijv. trappen
en schoppen)
> je mag niet fietsen, bromfiets, scooter, motor of autorijden
> je mag niet zwemmen en niet in bad
fysiotherapie
Soms kun je al voor de operatie bij de fysiotherapeut terecht, die kan je
vast leren om met krukken (trap) te lopen. De eerste 8 weken na de operatie
word je door een fysiotherapeut begeleid bij de looptraining en de oefentherapie.
Deze oefentherapie zal er met name op gericht zijn om de spierkracht en de
beweeglijkheid van de heup op peil te houden. Meestal mag je 8 weken na de
operatie het geopereerde been volledig gaan belasten. Om weer goed te leren
lopen zul je voor een langere periode onder behandeling blijven bij de fysiotherapeut.
de schroeven en het plaatje
Het plaatje ligt tegen het bovenbeen
aan, onder de spieren. Vaak merk je hier niks van. In een aantal gevallen
kan het zijn dat het plaatje op den duur toch irritatie geeft. Het kan dan
minimaal een half jaar na de operatie verwijderd worden.
bron: patiëntenfolders en
ervaringen van lotgenoten