De Ganz-osteotomie is een operatieve behandeling
voor patiënten met heupdysplasie. Prof. Ganz is orthopedisch chirurg
in Bern en heeft deze operatietechniek bedacht, circa 15 jaar geleden. Osteotomie
is het medische woord voor standsverandering van een bot. Dysplasie betekent
dat de heupkom ondiep is of een afwijkende vorm heeft. Dit kan aanleiding
geven tot klachten en uiteindelijk vervroegde slijtage (artrose) van de heup.
veel voorkomende klachten
Pijn in de lies, de bil, of buitenkant van het bovenbeen
.
Soms straalt deze pijn uit naar de knie, of de onderrug.
Slenterpijn: de patiënt heeft moeite om langs bijvoorbeeld winkels te slenteren,
maar loopt liever door in een normaal tempo.
Uiteindelijk bestaat er een sterk verhoogde kans op slijtage (artrose) waardoor
toenemende pijn en manklopen kan ontstaan.
 |
|
 |
ondiepe heupkom;
de kop is niet volledig overdekt |
|
normale heupkom |
Sommige patiënten zijn van kinds af aan bekend met heupdysplasie, maar
het is ook heel goed mogelijk, dat de klachten zich voor het eerst openbaren
op een latere leeftijd. Een veel voorkomende 'piek' waarop deze klachten zich
openbaren is de leeftijd tussen 15 en 25 jaar. Er zijn ook patiënten
die voor het eerst rond hun 40e klachten krijgen.
Deze informatie is bedoeld om je zo zorgvuldig mogelijk te kunnen informeren
en voorbereiden op de operatie.
wat is het doel van de operatie?
Het doel van de Ganz-operatie is een standsverandering
van de heupkom aan te brengen en wel zodanig dat de heupkom dieper wordt en
de heupkop beter overdekt wordt. De heupkom wordt losgemaakt uit het bekken,
in de goede stand gebracht en opnieuw vastgezet in het bekken. Hierdoor ontstaat
een betere en in principe normale overdekking van jouw heup, waardoor de kans
op slijtage in de toekomst verminderd en jouw klachten waarschijnlijk zullen
verbeteren.
Het alternatief voor de Ganz-osteotomie is de zogenaamde Triple- of Tönnis-osteotomie,
welke in andere ziekenhuizen wordt uitgevoerd. Wereldwijd wordt door orthopedisch
chirurgen, die veel van dit soort operaties verrichten, steeds vaker gekozen
voor de techniek van Ganz. Alhoewel het doel van beide operaties hetzelfde is,
is de technische uitvoering verschillend. Bij de Ganz-techniek, wordt de heupkom
uit het bekken losgemaakt, dat wil zeggen dat de rest van de bekkenring intact
blijft. Hierdoor zijn grotere mogelijkheden tot correctie aanwezig en bovendien
is meer belasting toegestaan na de operatie. Bovendien kan de operatie via één
in plaats van twee snedes worden uitgevoerd.
 |
 |
|
rechter bekkenhelft, met heupkom
in het paars aangegeven |
rode stippellijn geeft
osteotomie aan |
de heupkom wordt in de goede, normale
stand met schroeven vastgezet
|
welke patiënten komen in aanmerking voor deze operatie?
De Ganz-osteotomie kan een uitstekende behandeling zijn voor patiënten
met aangeboren heupdysplasie, maar onder de volgende voorwaarden:
De groeischijf van de heupkom dient gesloten te zijn. Meestal is dit bij kinderen
ouder dan 14 jaar het geval.
De heupkop zelf dient mooi rond te zijn en niet of nauwelijks afgeplat.
De vorm van de heupkom moet aan bepaalde voorwaarden voldoen.
De operatie heeft de beste kans van slagen als zich nog geen slijtage (artrose)
ontwikkeld heeft. Geringe artrose hoeft echter geen beletsel te zijn voor
de operatie.
De heup zelf dient goed beweeglijk te zijn.
Voorgaande operaties vormen meestal geen bezwaar.
welk onderzoek is noodzakelijk voor de operatie?
Voorafgaand aan de operatie zal lichamelijk onderzoek verricht worden, in
het bijzonder van de heupgewrichten. Daarnaast zijn aanvullende röntgenfoto's
nodig, om de heupgewrichten beter te kunnen beoordelen. Als besloten wordt
tot operatieve behandeling kan een aanvullende scan (botscan, CT-scan of MRI-scan)
noodzakelijk zijn. Bovendien worden jou een aantal vragen gesteld over de
(pijn)klachten voor de operatie, zodat dit vergeleken kan worden met de situatie
na de operatie. Indien besloten wordt tot operatie word je op de opnamelijst
geplaatst. De wachttijd voor operatie is wisselend, maar zal ongeveer 4-6
maanden zijn. Gewerkt wordt aan de mogelijkheid om circa 5 weken voor de geplande
operatiedatum een bloedafname te verrichten via de bloedbank. Jouw eigen bloed
kan dan tijdens de operatie gebruikt worden.
de opname en operatie
Afhankelijk van de operatiedag, word je de dag of de ochtend van tevoren opgenomen
op de verpleegafdeling. Voorafgaande aan de operatie krijg je een gesprek met
de verpleegkundige en de anesthesist. De anesthesist bespreekt de manier van
verdoving tijdens de operatie en de pijnstilling na de operatie. De operatie
kan zowel via een ruggenprik als algehele narcose worden uitgevoerd (zie
anesthesie).
Meestal wordt echter gekozen voor een algehele narcose. De anesthesist bespreekt
met jou wat de voorkeur heeft. Na de operatie is de eerst paar dagen goede pijnstilling
nodig, welke door de anesthesist met je doorgenomen wordt. De operatie duurt
circa 2 uur. Voorafgaand aan de operatie krijg je antibiotica toegediend en
krijg je een urinekatheter, welke circa 2 dagen aanwezig blijft.
Tijdens de operatie treedt bloedverlies op. Meestal is dit bloedverlies beperkt
tot circa 1.5 liter, maar je kan ook meer bloed verliezen. Soms is het toedienen
van donorbloed noodzakelijk. Aan het eind van de operatie wordt een wondvochtslangetje
geplaatst welke na circa 2 dagen verwijderd wordt.
Tijdens de operatie worden twee schroeven in het bekken geplaatst, om de stand
van de heupkom te handhaven. Deze schroeven hoeven vrijwel nooit verwijderd
te worden. De huid wordt met oplosbare hechtingen gesloten.
Na de operatie word je wakker gemaakt en ga je naar de verkoeverkamer, waar
je bijkomt van de operatie. Na enige tijd word je overgeplaatst naar de verpleegafdeling.
de dagen na de operatie
De eerste 48 uur hou je bedrust. De wondvochtslang en katheter worden na
circa 24-48 uur verwijderd. Bovendien krijg je medicijnen om de kans op trombose
te verminderen. Als de pijn het toestaat, kun je na 48 uur uit bed. Aanvankelijk
zul je eerst in de stoel zitten en als je je goed voelt, kun je met de fysiotherapeut
gaan oefenen en lopen met krukken.
Vanaf de eerste dag na de operatie gaat de fysiotherapeut de heup oefenen.
Lopen lukt pas als je voldoende controle over de heupspieren hebt. De eerste
paar dagen kan je ook duizelig zijn en moeten wennen aan het recht op staan.
De eerste 6 weken mag je circa 20 kilo belasten, wat door de fysiotherapeut
met jou geoefend wordt.
Zodra je zelfstandig kan lopen met 2 krukken mag je met ontslag. Meestal
is dit circa 7 dagen na de operatie. Bij ontslag krijg je een afspraak mee
voor de fysiotherapeut. De eerste 6 weken mag je niet zelf autorijden, maar
wel als passagier mee. Zes weken na de operatie kom je op de polikliniek.
Er wordt dan een röntgenfoto gemaakt. Als de genezing voorspoedig verloopt,
mag je de belasting gaan opvoeren en mogelijk de krukken afbouwen.
Fietsen, zwemmen en autorijden is dan meestal weer mogelijk. Soms duurt de
genezing langer en moet je enige weken langer met 2 krukken blijven lopen.
Afhankelijk van jouw werkzaamheden, kun je voorzichtig starten met werken
na 6-8 weken.
Het volledige herstel duurt zeker 3 tot 4 maanden, maar er kan nog wel sprake
zijn van enig krachtsverlies in de heupspieren tot circa 6-12 maanden na de
operatie. Na 6 maanden kunnen sportieve activiteiten vaak weer hervat worden.
zijn er complicaties mogelijk?
Elke operatie kan gepaard gaan met complicaties.
Tijdens de operatie kan een bloeding ontstaan uit een van de bloedvaten rond
het heupgewricht. Hierdoor kan veel bloedverlies optreden of kan in extreme
gevallen de hulp van de vaatchirurg tijdens de operatie nodig zijn. Bovendien
is het denkbaar dat beschadiging van de zenuwen rond het heupgewricht optreedt,
waardoor blijvende restverschijnselen van het been aanwezig blijven. Ook beschadiging
van het heupgewricht zelf is mogelijk.
Andere problemen welke rond de operaties kunnen ontstaan zijn:
Infectie. Ook al krijg je antibiotica toegediend tijdens de operatie, er blijft
toch een kans op wondinfectie aanwezig.
Je kunt een doof gevoel houden aan de buiten/bovenzijde van de heup en het bovenbeen
door rek van een huidzenuwtakje tijdens de operatie. In sommige gevallen is
dit blijvend, maar meestal verbetert het dove gevoel in de loop van 6-12 maanden.
Je kunt langdurig krachtsverlies van de heupspieren houden. Vrijwel altijd keert
dit terug tot normaal.
Je kunt trombose ontwikkelen. Indien dit het geval is, kan het zijn dat je opgenomen
wordt voor behandeling.
Door spontane botafzetting rond de heup, kan verstijving van de heup optreden.
De kans hierop is klein.
Laat je niet afschrikken door deze complicaties: ze worden je meegedeeld zodat
je je beter kunt voorbereiden op de operatie en alle mogelijke complicaties
die zich kunnen voordoen.
tot slot
Indien je voorafgaand aan de operatie in een optimale conditie bent, heb
je daar veel voordeel bij. Leef gezond, zorg voor een optimaal gewicht, stop
met roken en zorg dat jouw heupspieren zo sterk mogelijk zijn! Je zult er
erg veel baat bij hebben!
bron: Dr. Minne Heeg, orthopedisch chirurg Wilhelmina Ziekenhuis
Assen