Osteotomie betekent letterlijk het doorsnijden van het
bot.
Er zijn twee osteotomieën die op dit moment worden uitgevoerd bij heupdysplasie:
> de bekkenosteotomie: ganz- en triple-osteotomie (de vroegere tönnis-osteotomie)
> de femurale osteotomie
bekkenosteotomie
Deze techniek is vooral geschikt in die situatie waarin
het acetabulum, de kom in het bekken, te ondiep is en dus niet in staat is om
de heupkop op een goede manier te omvatten en te bedekken. In normale omstandigheden
omvat de heupkom het grootste deel van de heupkop en komen de vormen van heupkop
en heupkom perfect met elkaar overeen, bij de dysplastische heup is dit niet
het geval. Naarmate de heupkom minder en minder bedekking van de heupkop kan
verschaffen zal de heupkop méér en méér de neiging
vertonen om zich uit de heupkom te verplaatsen. De druk op de bovenrand van
de heupkom wordt opgevoerd, deze rand gaat vervolgens verder vervormen en uiteindelijk
kan de heupkom er niet meer voor zorgen dat de heupkom in de kom blijft.
De heupkop zal zich zo langzaam een weg banen naar boven toe, hij bevindt zich
niet meer mooi in de heupkom maar komt nu boven de heupkom te liggen. Daar drukt
de heupkop tegen de zijwand van het bekken, bij langdurige en uitgesproken druk
kan deze heupkop een holte creëren, een soort nieuwe heupkom. Deze nieuwe
heupkom heeft echter geen kraakbeenbedekking en kan dan ook niet voldoen aan
de normale vereisten.
De doelstelling van de osteotomie is de stand van het de heupkom zodanig te
corrigeren dat een zo groot mogelijke bedekking van de heupkop verkregen wordt,
de procedure maakt dus gebruik van de eigen dysplastische heup die gecorrigeerd
wordt. Door de huidige technieken kan de heupkop een andere positie gegeven
worden of zelfs vergroot worden, het probleem is echter dat er niets gedaan
kan worden voor het kraakbeen in de heup, dat eventueel al beschadigd is.
Door een grotere bedekking van de heupkop na te streven worden de krachten beter
verdeeld over een groter kraakbeenoppervlak en kan de abnormale slijtage tegengegaan
worden. De heupkop heeft dat ook geen instabiliteitneiging meer.
Om deze ingreep goed uit te voeren is een ingrijpende procedure noodzakelijk
is. De botstructuren rond de kom van het bekken moet in verschillende richtingen
doorgezaagd worden. Het komt er dus op neer dat de kom van het heupgewricht
met ruimte er omheen uitgesneden wordt uit het bekken en verplaatst wordt. Wanneer
alles losgemaakt is zal een kanteling (rotatie) uitgevoerd worden: het stuk
bot zal zodanig gedraaid worden dat een zo goed mogelijke bedekking van de heupkop
wordt verkregen. Het kan dus zijn dat er in meer dan één richting
een correctie moet worden uitgevoerd.
Wanner de gewenste correctie bereikt is worden de botfragmenten opnieuw vastgezet,
met schroeven. Deze botelementen moeten opnieuw vastgroeien tegen elkaar net
zoals een breuk moet genezen.
Door de grote krachten die op het bekken en de heup inwerken, is het belangrijk
dat in het begin niet gesteund mag worden tot er voldoende botgroei is opgetreden.
Bij jonge patiënten kan je ervan uitgaan dat het 8 tot 12 weken duurt voor
de osteotomie genezen en vastgegroeid is. Intensieve fysiotherapie is een belangrijk
onderdeel van de revalidatie.
De ganz- en de triple-osteotomie zijn beide een bekkenosteotomie en ook het
doel van beide operaties is hetzelfde. Het verschil zit vooral in de technische
uitvoering, die op een aantal punten verschilt en hieronder wordt omschreven.
ganz-osteotomie
Bij de ganz-osteotomie wordt de heupkom
losgemaakt uit het bekken, de bekkenring blijft hierbij in tact; waardoor er
niet of nauwelijks beenlengteverschil ontstaat en er na de operatie meer stabiliteit
in het bekken is. Om de heupkom te bereiken wordt één snee gemaakt
over een deel van de bekkenkam tot in de lies. De operatie vindt grotendeels
plaats aan de binnenkant van het bekken en wordt uitgevoerd via het bekken en
het lieskanaal, waardoor de grote heup- en bilspieren ongemoeid worden gelaten
en de kans op spontane botvorming in deze spieren aanmerkelijk kleiner is. De
heupkom wordt in de goede stand geplaatst en opnieuw vastgezet in het bekken
met behulp van een aantal schroeven (meestal 3). De operatie duurt ongeveer
anderhalf uur. De schroeven hoeven in principe niet te worden verwijderd. De
meest voorkomende complicatie is een doof gevoel in het gebied van de lies,
meestal, maar niet altijd komt het normale gevoel binnen een jaar weer terug.
Voor meer informatie over de operatie en de periode erna, zie ganz-osteotomie.
triple-osteotomie
Bij een triple-osteotomie wordt de heupkom op drie plaatsen (zitbeen, schaambeen
en bekkenkam) losgemaakt van het bekken. Om deze delen van het bekken te bereiken
wordt een snee gemaakt in de bil en een in de lies. Daarna wordt de losse heupkom
in de goede stand gedraaid en de kier die ontstaat, wordt opgevuld met een wigvormig
stukje bot uit de bovenrand van de bekkenkam. De heupkom wordt in de nieuwe
stand met een schroef vastgezet, die in principe niet verwijderd hoeft te worden.
De operatie duurt een tot twee uur. Na een triple-osteotomie kan beenlengteverschil
ontstaan, doordat de heupkom iets omlaag wordt gezet. Dit verschil kan later,
in overleg met de orthopeed, worden opgevangen door een verhoging in of onder
je schoen.
Voor meer informatie over de operatie en de periode erna, zie triple-osteotomie.
femur-osteotomie (intertrochantere osteotomie)
Een osteotomie of een correctie van de
hoek van de hals van het femur (dijbeen) maakt dat de heupkop zich beter kan
centreren in de heupkom. De dysplastische heup is meestal te steil naar boven
georiënteerd, door een stukje bot aan de binnenzijde weg te nemen kan de
stand van de heupkop worden veranderd en ervoor gezorgd worden dat de heupkop
beter in de heupkom terecht komt. Soms wordt er ook wat rotatie gegeven aan
de osteotomie, de kop kan naar voor of achter gedraaid worden om zo een nog
betere bedekking te geven.
Een driehoekig stukje wordt weggenomen, voor de ingreep wordt
op de röntgenopnames uitgemeten hoeveel graden gecorrigeerd moeten worden
om de heupkop zo goed mogelijk in de heupkom te plaatsen.Wanneer het bot weggenomen
is worden beide stukken tegen elkaar gebracht en vervolgens vastgezet (met een
plaatje en schroeven) zodat ze aan elkaar vast kunnen groeien.
Voor meer informatie over de operatie en de periode erna, zie femur-osteotomie.
de kans op succes bij een osteotomie
Als er een beslissing genomen wordt om een osteotomie van
de heup uit te voeren zijn een aantal zaken heel belangrijk.
vroegtijdig
De osteotomie moet zo vroegtijdig mogelijk uitgevoerd worden;
dit betekent dat de slijtage (aantasting van kraakbeen) en de vervorming van
de heupkom en heupkop zo beperkt mogelijk moeten zijn. Bij ernstige aantasting
van het kraakbeen zullen waarschijnlijk nog pijnklachten blijven bestaan na
de osteotomie ingreep, ondanks het feit dat de heupkop en heupkom na de ingreep
wel een correcte stand vertonen. In die gevallen waar door een langdurige luxatie
of subluxatie een sterke vervorming van de heupkop en heupkom is opgetreden,
samen met een sterke verkorting van de weke delen rond de heup, is het soms
technisch onmogelijk om nog een succesvolle osteotomie uit te voeren.
bedekking heupkop door heupkom
De kans op slagen van de ingreep hangt af van de uiteindelijke
bedekking van de heupkop door de heupkom. Soms moet de beslissing genomen worden
om niet alleen een osteotomie van de heupkop maar ook van het bekken uit te
voeren om een zo optimaal mogelijk resultaat te verkrijgen. Een van de nadelen
is echter het beoordelen van de correctie die uitgevoerd moet worden: hoeveel
moet gecorrigeerd worden en op welke onderdelen? De dysplastische heup is meestal
niet in één richting afwijkend maar vaak is de heupkom ondiep,
de oriëntatie van de heupkom ten opzichte van het bekken afwijkend, de
heupkop kleiner dan normaal en meer naar voren gericht dan normaal en de nek
van de heup meestal veel steiler georiënteerd dan normaal. Al deze afwijkingen
kunnen onderling gecombineerd voorkomen en dan nog eens in een toenemende mate
van ernst van afwijking. Verschillende onderzoeken met CT-scan en MRI hebben
dat aangetoond, net als de preoperatieve bevindingen.
preoperatieve factoren
De kans op succes van de osteotomie hangt dus af van een
aantal preoperatieve factoren.
De mate waarin het gewricht al is aangetast door de secundaire artrose (dit
is de artrose ontstaan door een aantoonbare oorzaak, in dit geval de dysplasie
dus). Hoe erger de artrose des te kleiner de kans op succes.
De ernst van aantasting van de heupkom: kan er met het aanwezige bot van de
dysplastische heupkom nog een goed functionerende heupkom gecreëerd worden?
De ernst van aantasting van de heupkop, een sterk afgeplatte of vervormde kop
zal toch aanleiding geven tot een sterk versnelde afbraak van het resterende
kraakbeen in het gewricht.
Hoe bolvormig zijn de gewrichtsoppervlaktes nog? Is het nog mogelijk om de beide
oppervlaktes van heupkom en heupkop nog met elkaar overeen te laten komen?
Het correct interpreteren van de preoperatieve succesfactoren
en het minutieus en correct uitvoeren van de ingreep kan leiden tot een bijzonder
succesvol resultaat. De osteotomie moet dus zeker niet behandeld worden als
een therapievorm die minderwaardig zou zijn ten opzichte van de totale heupprothese,
ondanks het feit dat jaren geleden bij de opkomst van de heupprotheses, heel
veel chirurgen deze behandelingsvorm verlaten hadden. Feit blijft dat de menselijke
heup een systeem is van levende weefsels die een capaciteit hebben om te herstellen
en in stand te houden, een prothese echter is altijd onderhevig aan slijtage
die uiteindelijk zal leiden tot het falen van de prothese, op lange termijn.
Voor patiënten die een heupgewicht hebben dat nog niet te zwaar aangetast
is door slijtage is een osteotomie een alternatief voor een heupprothese. Het
kan echter voorkomen, als complicatie, dat de osteotomie niet goed vastgroeit
of dat er pijn ontstaat door het vastzetten van het bot met schroeven en/of
een plaat. Dit gebeurt in 5 tot 15 procent van de gevallen.
bronnen:
Dr. Hans Mortelé, www.orthopedie-dr-mortele.be patiënteninformatie ganz-osteotomie,
WZA
patiënteninformatie triple-osteotomie, SMK