heup.info

revisie totale heupprothese

de voorbereiding

Voor de heringreep zal de orthopeed alle mogelijkheden qua behandeling doorlopen en de voor jou meest geschikte kiezen. Alle voor en nadelen zullen besproken worden, net als de mogelijke complicaties die kunnen optreden bij een dergelijke ingreep. Naast de standaard pre-operatieve onderzoeken (bloedonderzoek, ECG, gesprek anesthesist), dienen er vaak nog een aantal onderzoeken plaats te vinden voor de ingreep.

botscan

Hiervoor wordt een licht radioactief product ingespoten. Na een paar uur worden foto's gemaakt worden van de heup.Wanneer een heupgewricht los zit zal het bot dat de prothese omgeeft een hevige reactie vertonen, het ingebrachte product zal zich gaan vasthechten op deze actieve botcellen en de plaats aanduiden waar er een abnormale botactiviteit aanwezig is. Hoe meer lokale activiteit er is rond de prothese des te waarschijnlijker het wordt dat de prothese inderdaad los zit.

laboratoriumonderzoek

Soms is er ook een uitgebreid bloedonderzoek nodig waarbij gekeken wordt naar de infectieparameters, het is erg belangrijk om te weten of het loslaten niet aan een infectie te wijten is, want dat heeft belangrijke consequenties voor de behandeling. Het is verstandig om voor de ingreep een paar keer bij de fysiotherapeut langs te gaan om de spieren rond de heup zo optimaal mogelijk te houden: stevige, goed functionerende spieren vergemakkelijken uw revalidatie na de ingreep. Het is ook verstandig om alvast te leren hoe je met krukken moet lopen en een aantal oefeningen die je na de ingreep moet doen ook al voor de ingreep te oefenen. Na een revisie van een heup is het risico op een luxatie of ontwrichting van de heup wel iets groter dan na een primaire heupprothese, maar door het gebruik van de nieuwe grote diameter heupkop wordt dat risico weer beperkt. Het is dan ook van zeer groot belang om de richtlijnen ter voorkoming van een luxatie zeer strikt te volgen

de procedure

Er zijn twee soorten protheses, de gecementeerd en de ongecementeerde, net als bij de eerste heupprothese, maar een combinatie is ook mogelijk; de hybride prothese. Zie voor meer informatie over de soorten protheses het artikel totale heupprothese. Welke optie voor jou de beste is wordt of voorhand besproken, maar soms moet dit tijdens de ingreep veranderd worden omdat alles afhangt van de kwaliteit van het bot. In sommige gevallen wordt de steel van de heup ook nog gefixeerd d.m.v. schroeven door het bot en de prothese.

De bekkencomponent (de kom) krijgt de cup, deze bestaat uit een metalen schelp met een binnenbekleding. Deze binnenbekleding kan bestaan uit de klassieke polyethyleen, een bijzonder sterke soort plastic, maar kan ook bestaan uit een zeer hoogwaardig, perfect gepolierd metaal zodanig dat er geen polyethyleen meer tussen de twee andere heupcomponenten meer komt te zitten. Hierdoor zou er duidelijk minder slijtage ontstaan van de heup.



In sommige gevallen is er een sterk uitgesproken erosie van het bot van het acetabulum (de kom van het bekken), zodanig zelfs dat het onmogelijk wordt om een normale cup te plaatsen. De normale cup wordt dan vervangen door een cementloze cup met extra fixatiepunten, met bijkomende schroeven kan deze extra gefixeerd worden in het bekken.




Soms is ook deze optie onmogelijk omdat de defecten te groot zijn, in deze gevallen wordt gebruik gemaakt van verstevigingsringen en bottransplantaten om het bekken zoveel mogelijk te verstevigen en te herstellen zodat het toch weer mogelijk wordt om een cup te plaatsen. Er wordt als het ware een overbrugging gemaakt van het zwakke bot en steun wordt gezocht op andere delen van het nabijgelegen bekken.



De steel is het deel dat in het bovenbeen wordt ingebracht. Bij revisies wordt ook gebruik gemaakt (bij voorkeur) van cementloze stelen, die dus ingroei van het bot stimuleren. Aangezien de kwaliteit van het bot bij een revisie vaak veel slechter is dan bij het primair plaatsen van een prothese (zeer dun bot, osteoporotisch, bepaalde stukken bot zijn weg) zijn de stelen bij een revisie prothese vaak dikker en langer dan bij primaire prothesen. Op die manier kan dieper in het dijbeen steun gezocht worden voor de prothese.


de operatie

De revisie van een heupprothese is iets complexer dan het plaatsen van een primaire prothese en vergt een aantal voorzorgsmaatregelen. Een van de belangrijke problemen vormt het al dan niet uitgebreide bottekort. Om deze defecten op te vangen wordt gebruik gemaakt van bottransplantaten, uit het eigen lichaam (autogeen = lichaamseigen)), donorbot of kunstmatigbot (allogeen = lichaamsvreemd), indien het defect te groot is. Door het gebruik van bottransplantaten wordt ernaar gestreefd om de kwaliteit van het bot te verbeteren en te versterken.

Indien er een botdefect is zal dat eerst grondig schoon gemaakt worden, al het littekenweefsel wordt verwijderd. Vervolgens wordt een bottransplantaat op dezelfde maat gemaakt en vervolgens op het defect vastgezet, meestal door middel van dunne metalen draden. Het bottransplantaat wordt op en over het defect in het been vastgezet waar het vast en in kan groeien. Het transplantaat krijgt op die manier de kans om in te groeien en aldus het defect te herstellen.

Wanneer bij de primaire prothese gebruik gemaakt is van cement dient al het cement verwijderd te worden uit de kom van het bekken en uit het beenmergkanaal. Dit is niet altijd eenvoudig, vaak komt het voor dat de prothese zelf zeer vlot kan verwijderd worden maar dat de cementmantel nog vasthangt aan het bot. Het komt er dan op aan alle cement te verwijderen van het reeds broze bot,het is evident dat dit kan leiden tot breuken of fracturen. Op zich is dat geen probleem,de ingreep wordt verdergezet en de breuk wordt bijkomend gefixeerd.

Soms is het nodig om een luik te maken in het bot om alle cement te kunnen verwijderen, het is van zeer groot belang dat alles verwijderd is om de ingroei van de cementloze prothese niet te verhinderen. Stukken cement die achter gebleven zijn kunnen leiden tot een verkeerde plaatsing van de prothese en vroegtijdige loslating.

Preoperatief worden biopsies genomen van alle omgevende structuren en in het bot, dit wordt onderzocht om mogelijke infecties of andere afwijkingen. Indien er geen duidelijke tekenen zijn van infectie kan in één operatie een nieuwe prothese geplaatst worden, onder bescherming van een langdurige antibioticabehandeling (de one stage techniek).

Indien er echter duidelijke tekenen zijn van infectie wordt een spacer geplaatst in plaats van een prothese en wordt afgewacht om een nieuwe prothese te plaatsen tot alle tekenen van infectie volledig weg zijn (de two stage techniek).

anesthesie

De voorkeur gaat uit naar een plaatselijke verdoving waarbij door middel van een ruggeprik een verdovend middel wordt ingespoten dat de benen verdoofd (zie verder anesthesie). Eventueel kan dit d.m.v. een pompje continu gebeuren zodat de eerste twee dagen een zeer goede verdoving optreedt en u geen pijn heeft. Dit is een bijzonder veilige manier van anesthesie, na de ingreep ben je helder en de effecten zijn beperkt. Indien je van het operatiegebeuren niets wenst te merken (te zien of te horen) kun je aan de anesthesist vragen om wat medicatie te geven zodat je wat slaapt, dit is echter geen volledige verdoving!

N.B. de hier omschreven gang van zaken kan per ziekenhuis verschillen.

 

bron: Dr. Hans Mortelé, www.orthopedie-dr-mortele.be