Als hip-resurfacing geen optie is en wanneer
door secundaire artrose bij de dysplastische heup, de symptomen zo uitgesproken
worden dat een operatieve ingreep overwogen moet worden, kan de heupprothese
een prima oplossing zijn; de resultaten qua pijnklachten en functieverbetering
bij het plaatsen een heupprothese zijn beter en meer voorspelbaar dan deze van
een heuposteotomie. De resultaten op lange termijn zijn echter minder goed dan
bij deze patiënten waar dezelfde prothese geplaatst wordt voor een gewone
heupartrose, dit kan verklaard worden door de andere anatomie van de dysplastische
heup en de jongere leeftijd waarop de ingreep al uitgevoerd wordt bij dysplasie
patiënten.
In die gevallen waar er een meer uitgesproken dysplasie is van het bekken (acetabulum)
en de heupkop en femur (dijbeen) moet geopteerd worden voor een totale heupprothese;
in deze gevallen is de kans dat er een adequate fixatie van de prothesecomponenten
van een resurfacing hip meer dan vijf jaar blijft bestaan, immers te klein!
Er zijn een groot aantal soorten heupprothesen op de markt, de orthopeed zal
rekening houdend met uw leeftijd, functionele wensen en de bevindingen tijdens
de ingreep bepalen welke voor u de meest geschikte totale heupprothese is.
de cementloze heupprothese
Er wordt een steelprothese geplaatst in het dijbeen kanaal
en een sferische cup in de heupkom. Het oppervlak van de metalen prothese, zowel
de component die in het femur (bovenbeen) en in de heupkom wordt geplaatst,
is voorzien van een fijne laag met een poreus aspect. Hierdoor wordt het bot
dat rond de prothese en in nauw contact komt met het oppervlak gestimuleerd
om in de prothese in te groeien.
De kop van de heupprothese is ofwel een metaal legering (meestal
kobalt en chroom ofl van keramiek) dat een gewricht maakt met de metalen schelp
(de cup) in het bekken. De binnenzijde van de cup in de heupkom kan bestaan
uit polyethyleen, metaal of keramiek. Dit geeft de volgende mogelijke combinaties:
polyethyleen/metaal
keramiek/keramiek
metaal/metaal
Al meer dan dertig jaar wordt gebruik gemaakt van polyethyleen,
een soort zeer duurzame plastic-component als het ware, die tussen de beide
oppervlakken op de heupkop en in de heupkom wordt geplaatst. Naarmate de jaren
vorderden en de follow-up van de prothesen meer aandacht kreeg werd het duidelijk
dat de duurzaamheid van de prothese zeer sterk afhankelijk was van de slijtagecapaciteiten
van het polyethyleen.
Bij de revisies van prothesen werden biopten genomen van de weefsels rond de
prothese en onderzocht. Het bleek dat deze zeer veel kleine deeltjes polyethyleen
afbraakproducten bevatten en dat de dikte van het oorspronkelijke polyethyleen
component dramatisch afgenomen was! Deze deeltjes werden in vele studies verantwoordelijk
gesteld voor locale ontstekingsreacties, botontkalking of het sterk verminderen
van de lokale botmassa en het loskomen van de prothese. Vooral deze botontkalking
door de deeltjes is een zeer verontrustende factor voor de orthopedische chirurg!
De kwaliteit van het polyethyleen is echter sterk verbeterd door intensieve
studie en nieuwe ontwikkelingen, toch zien we dat veel grote heupcentra toch
overschakelen op de “metaal op metaal” of “keramiek op keramiek”
heupprothesen om de zwakke factor, het polyethyleen, uit te schakelen.
gecementeerde totale heupprothese
Soms is de botkwaliteit onvoldoende om een stevige en stabiele fixatie te bekomen
van de prothese. Dan wordt er geopteerd om de prothesecomponenten aan het bot
te fixeren door middel van botcement. Deze optie wordt echter tegenwoordig zo
weinig mogelijk gebruikt, zeker bij de heupdysplasie patiënten, een jonge
populatie, wordt het gebruik van botcement vermeden!
hybride prothese
Hiermee wordt bedoeld dat één component cementloos
wordt geplaatst, meestal is dat de cup in de heupkom, terwijl de andere component,
de steel in het bovenbeen dus, gecementeerd wordt. Bij de resurfacing prothese
is dit de standaard procedure: de cup in de heupkom wordt cementloos geplaatst,
de bedekking van de afgefreesde heupkop wordt met een dunne cementlaag gefixeerd
aan het bot.
Er moet steeds naar gestreefd worden om
de heup op een anatomisch zo normaal mogelijk positie te plaatsen, in die gevallen
waar de heupkop in het bekken een nieuwe kom gecreëerd heeft, betekent
dat dus dat het gewricht naar beneden moet verplaatst worden, er zal dan ook
een verlenging van uw been ontstaan op deze manier. Soms moet echter een compromis
gesloten worden, want de weke delen structuren rond de heup (bloedvaten, spieren,
zenuwen) kunnen eigenlijk maar een beperkte hoeveelheid tractie veroorzaken:
teveel verlengen of verplaatsen kan dan aanleiding geven tot complicaties (zenuwuitval).
Aan de heupkom zijde wordt er naar gestreefd om een cementloze
cup te plaatsen, die een zo groot mogelijke bedekking door het bot heeft; op
die manier kan een stevige fixatie en ingroei in het bot bekomen worden.
Men kan de keuze maken om de cup van de prothese te plaatsen
op de plaats waar de heupkop zich nu bevindt of op de plaats waar hij eigenlijk
had moeten staan bij een normale anatomie. De laatste optie is beter: er is
een grotere hoeveelheid normaal bot aanwezig op die plaats (en dus een betere
mogelijkheid om de cup te plaatsen en fixeren in stevig bot, wat de overlevingsduur
van de prothese bevordert), het been kan verlengd worden en de spierfunctie
rond de heup zal verbeteren, want de normale anatomie wordt zoveel mogelijk
hersteld op deze manier.
De eerste optie moet soms toch toegepast worden omdat een correctie,
bijvoorbeeld door littekenvorming na vroegere ingrepen, niet mogelijk is. Er
is echter veel meer kans op loslating van de prothese (slechte botkwaliteit
rond de cup), meer kans op luxatie en minder correctie van het beenlengteverschil.
De keuze moet vooraf met de patiënt besproken worden,
hoewel dit niet kan voorkomen dat soms tijdens de ingreep voor een andere optie
moet gekozen worden om een zo goed mogelijk resultaat te bekomen.
Healey cup
par 5 reconstructive cup
de nieuwste techniek voor de dysplatische heup aan de bekkenzijde
Ook door het polyethyleen, de plastiek component in de cup, van vorm te veranderen
kunnen we de dysplastische afwijkingen van de heup beter opvangen en een betere
stabiliteit bekomen. Hierbij is de metalen schelp in de heupkom nog steeds sferisch
van vorm maar het polyethyleen is asymmetrisch, hierdoor kunnen we de kop van
de heupprothese toch nog een andere plaats geven in de metalen prothesecomponent
in de heupkom.
Op het figuur hiernaast is er sprake van een groot defect aan de bovenrand van
de heupkom, Dit werd opgevangen door een zeer grote cup te plaatsen in de heupkom,
met een asymmetrisch polyethyleen kunnen we de heupkop toch op normale hoogte
in het bekken plaatsen. Met een symmetrische poly-ethyleen zou de kop echter
véél hoger gezeten hebben met een minder goede spierfunctie als
gevolg.
Met een nieuwe generatie asymmetrische cups (in plaats van sferisch zijn deze
cups OVAAL!) kunnen botdefecten, die vaak optreden aan de acetabulaire zijde
bij een heupdysplasie, beter opgevangen worden. Door deze techniek is een
betere, stabielere fixatie van de cup in het bekken mogelijk en is er veel
minder noodzaak om met bottransplantaten om defecten op te vullen. Met bottransplantaten
wordt bedoeld bot dat gebruikt wordt bij een ingreep wanneer blijkt dat de
kwaliteit of de hoeveelheid bot van de patiënt zelf in het operatiegebied,
onvoldoende is. Er kan gebruik gemaakt worden van het eigen bot van de patiënt,
dat dan op een andere plaats in het lichaam gehaald wordt (zoals de bekkenkam
bijvoorbeeld) of er kan gebruik gemaakt worden van ingevroren bot, afkomstig
van donoren.
afwijkingen die andere behandelingsopties vereisen
Aan de femorale zijde, zijn er, zoals eerder gemeld ook afwijkingen die het
noodzakelijk maken om soms andere behandelingsopties te gebruiken: Het femorale
kanaal, dit is het mergkanaal in het bot van het dijbeen, is vaak zeer smal
zodat er kleinere en smallere femorale prothesecomponenten moeten voorzien worden.
Soms moet een verkortingsosteotomie uitgevoerd worden, een stukje van het femur
wordt verwijderd. Dit is aan te raden in die gevallen waar een verlenging van
meer dan 4 centimeter ontstaat tijdens de operatieprocedure. Soms moet tegelijk
ook een rotatie afwijking in het dijbeen op deze manier meegecorrigeerd worden.
De nek van een dysplastische heup is veel korter dan normaal. Op de prothese
in het bovenbeen zit bovenaan een steel, de nek van de prothese genoemd. Daarop
past de kop, die kop kan echter door de manier van uitboren een bepaalde lengte
geven: wordt het diep uitgeboord dan zal de nek van de prothese diep in de kop
inzakken, wordt de kop slechts beperkt uitgeboord dan zal het steeltje niet
zo diep kunnen zakken en dus een grotere lengte geven. Bij heupsdysplasie gevallen
is er meestal een korte lengte te voorzien.
Soms is de vorm van het femur zodanig afwijkend dat, ondanks de enorme keuze
uit heupprotheses die er tegenwoordig bestaat, geen enkele prothesevorm overeenkomt
met de vorm van het femur van de patiënt. Dan wordt een 'custom made' prothese
gemaakt, dit is een prothese volledig op maat gemaakt op basis van de vorm van
het beenmergkanaal van het bovenbeen bij de patiënt.
Ook de weken delen structuren (bloedvaten, pezen, zenuwen) rond de dysplastische
heup geven mogelijk problemen, door de jarenlange dwangstand (contractuur)
en verkorting van het been, zijn bepaalde structuren nooit uitgegroeid tot
de lengte die ze normaal gezien hadden moeten halen. Een acute verlenging
gedurende de ingreep is in bepaalde gevallen dan ook onhaalbaar of houdt teveel
risico’s in op beschadiging van deze structuren.
mogelijke gevolgen na totale heupprothese bij de dysplastische heup
Blijvend manklopen doordat de spieren rond het heupgewricht niet voldoende
op spanning komen en niet krachtig genoeg zijn. Door deze verminderde tonus
in de spieren is ook de kans op een luxatie van de heup groter. Gezien de
soms complexe ingreep die nodig kan zijn, is er een verhoogde kans op een
letsel van de nervus ischiadicus, een belangrijke zenuw die dicht bij de heup
loopt. Indien de lengte met meer dan 4 cm toeneemt, is er een substantieel
grotere kans op een letsel van deze zenuw; bij dysplasiepatiënten kreeg
deze zenuw immers nooit de kans om tot een volledige lengte te groeien! De
kans op een lengteverschil tussen geopereerde en niet geopereerde been is
groter na een heupprothese bij een dysplastische heup.