De triple-osteotomie wordt toegepast wanneer het heupgewricht onvoldoende is
ontwikkeld (heupdysplasie). Dit veroorzaakt pijnklachten en kan leiden tot slijtage
(artrose) van het heupgewricht. Als er sprake is van heupdysplasie betekent
dit dat de heupkop onvoldoende overdekt wordt door de heupkom. Om dit te corrigeren
kan de heupkom in een betere stand over de heupkop gedraaid worden. Dit gebeurt
door het bekken op 3 plaatsen door te zagen (= triple osteotomie), waarna de
heupkom over de heupkop gedraaid kan worden. Hierdoor is het contact tussen
heupkop en heupkom vergroot en zal er minder spanning op het kraakbeen van het
heupgewricht staan. De pijnklachten zullen hierdoor verminderen of zelfs helemaal
verdwijnen.
voorbereiding
In de meeste ziekenhuizen vindt voor de operatie een preoperatief
onderzoek plaats. De operatie vindt plaats onder algehele narcose of een ruggenprik
(zie anesthesie). Een ruggenprik
kan worden gecombineerd met een licht slaapmiddel, waardoor je van de operatie
zelf niets merkt. Met de anestheist bespreek je welke soort verdoving wordt
toegepast (tijdens het pre-operatief onderzoek). Meestal wordt je op de dag
van de operatie opgenomen in het ziekenhuis, maar dit kan ook een dag van tevoren
zijn. Op de verpleegafdeling krijg je een gesprek met een verpleegkundige die
je informeert over de gang van zaken.
de operatie
Nadat de verdoving is ingewerkt wordt je op jouw buik gelegd
en maakt de chirurg een kleine snee in de bil en om zo bij het zitbeen te komen.
Deze wordt doorgezaagd, vervolgens wordt er een slangetje (drain) in de wond
geplaatst om het overtollige bloed af te voeren en de wond wordt gehecht. Daarna
wordt je omgedraaid (op de rug gelegd) en maakt de chirurg een nieuwe snee in
de lies, zo komt de chirug bij het schaambeen en zaagt deze ook door. Daarna
wordt de bekkenkam vrijgelegd en vlak boven de heupkom doorgezaagd.
De heupkom is nu losgemaakt uit het bekken kan gedraaid worden, zodat de heupkop
beter overdekt wordt. In de bekkenkam ontstaat door het draaien van de heupkom
een opening, waarin een stukje bot wordt geplaatst wat van de bekkenkam wordt
afgezaagd en met een schroef wordt vastgezet. Vervolgens wordt er nog een drain
in de wond gelegd en de wond wordt gehecht. De operatie duurt ongeveer 1 tot
2 uur.
Na de operatie verblijf je een poosje op de uitslaapkamer,
waarna je weer teruggaat naar de verpleegafdeling. De verpleegkundige komt regelmatig
het verband en de wond controleren. Om de pijn te onderdrukken krijgt je pijnstillers.
Na de operatie moet je bloedverdunners gebruiken tegen trombose (de vorming
van stolsels in de bloedvaten). De bloedverdunners worden door een injectie
toegedient. De verpleegkundige zal jouw leren hoe je dat zelf kan doen, want
je moet deze tot 6 weken na de operatie toedienen.
na de operatie
de eerste dag na de operatie De drain en
het infuus worden door de verpleging verwijderd. Je blijft deze dag in bed.
Ook komt de fysiotherapeut langs om een aantal oefeningen door te nemen en instructies
te geven.
de tweede dag na de operatie
Je mag, als de pijnklachten het toelaten, onder begeleiding van de fysiotherapeut
op de bedrand of in de stoel zitten. Als het kan start je met lopen m.b.v. krukken,
waarbij je het geopereerde been niet meer dan 5 tot 10 kg mag belasten.
de derde tot de zesde dag na de operatie
Onder begeleiding van de fysiotherapeut wordt de looptraining gestart of verder
uitgebreid. Afhankelijk van de pijn wordt het aantal pijnstillers afgebouwd.
Voor ontslag leer je hoe je met krukken een trap op en af kunt lopen en bespreekt
de fysiotherapeut wat je de 8 weken na de operatie wel en niet mag doen.
het ontslag Normaal gesproken mag je 6 dagen na de operatie ’s avonds naar
huis. Voor het ontslag wordt er een controlefoto gemaakt. Voor je naar huis
gaat krijg je een ontslaggesprek met een verpleegkundige, waarin het een en
ander nog een keer besproken wordt.
de eerste dagen thuis
Waar je in het begin thuis goed aan moeten denken is om de
krukken te gebruiken en het geopereerde been niet meer dan 5 tot 10 kg. te belasten.
de wondverzorging
Als er oplosbare hechtingen gebruikt zijn hoeven die niet
verwijderd te worden, de huisarts mag na 14 dagen de knoopjes aan weerszijden
van de wond afknippen. Wanneer de hechtingen niet oplosbaar zijn, worden die
14 dagen na de operatie verwijderd door de huisarts of in het ziekenhuis. Als
de wond mooi droog is, dan is een pleister niet meer nodig. Je mag ook gewoon
douchen, soms wordt de wond daarbij wat rood en dik, dat is een normale reactie
en verdwijnt vanzelf. Soms kan nog wat wondvocht uit de wond komen en moet de
wond afgedekt blijven met een pleister. Ook dan mag je douchen, maar moet de
wond na het douchen weer worden afgedekt met een pleister. In het ziekenhuis
krijg je informatie over de verzorging van de wond en wanneer dat nodig is krijg
je een recept mee voor verbandmateriaal.
controles
>Ongeveer 8 weken en 3 tot 4 maanden na de operatie ga je
voor controle naar het ziekenhuis. Voor het bezoek aan de arts wordt er een
controle röntgenfoto gemaakt. Aan de hand van o.a. de röntgenfoto
wordt het vervolgbeleid afgesproken. Meestal mag je 8 weken na de operatie het
geopereerde been weer volledig gaan belasten.
adviezen tot eerste controle
> vermijd extreme/abrupte bewegingen met het geopereerde
been (bijv. trappen en schoppen)
> je mag niet fietsen, bromfiets, scooter, motor of autorijden
> je mag niet zwemmen en niet in bad
> je mag zonder weerstand fietsen op een hometrainer, zorg dat het zadel
zo hoog staat dat fietsen geen pijnklachten geeft
fysiotherapie
Soms kun je al voor de operatie bij de fysiotherapeut terecht,
die kan je vast leren om met krukken (trap) te lopen. De eerste 8 weken na de
operatie word je door een fysiotherapeut begeleid bij de looptraining en de
oefentherapie. Deze oefentherapie zal er met name op gericht zijn om de spierkracht
en de beweeglijkheid van de heup op peil te houden. Meestal mag je 8 weken na
de operatie het geopereerde been volledig gaan belasten. Om weer goed te leren
lopen zul je voor een langere periode onder behandeling blijven bij de fysiotherapeut.
revalidatie
De revalidatie na de operatie duurt ongeveer 9 maanden. De
eerste 3 maanden zul je met krukken lopen. Daarna volgt een periode waarin nog
wel getraind moet worden, maar waarin je steeds meer eigen activiteiten op kan
pakken. Pijnklachten zullen tijdens de revalidatie nog langere tijd een rol
spelen. Verder is het belangrijk te weten dat door de operatietechniek de mogelijkheid
om in het heupgewricht te buigen blijvend beperkt zal zijn tot ongeveer een
haakse hoek.
de schroef
Vaak merk je niks van de schroef, maar het kan gebeuren dat
die toch irriteert. De schroef kan dan minimaal een half jaar na de operatie
verwijderd worden.
bron: patiëntenfolders en ervaringen van lotgenoten